-----Schommelen met de schildklier door Professor Henneman----------------------------------------------Uit het Schildklier Magazine van september 2005
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------van Schildklierstichting Nederland


Schommelen met de schildklier.
Lezing professor Henneman voor vrijwilligers van de Schildklierstichting

Zaterdag 11 juni was de vrijwilligersdag van de Schildklierstichting.
Professor Henneman was wederom bereid om de vrijwilligers bij te scholen.
Verslag opgesteld door Jenny Pannekoek, Werkgroep Brabant.

Anatomie.
Na wat anatomie (waar zit die klier, hoe ziet ze eruit en let op: je hebt nog twee kleine kliertjes ter grootte
van een rijstkorrel achter iedere kwab zitten, die zorgen voor de calciumhuishouding in je lichaam)
vertelt professor Henneman over het dagelijks spel van de hypofyse, schildklier en lever.

De dagelijkse routine van de hypofyse, schildklier en lever.
De hypofyse stimuleert de werking van de schildklier via afgifte van TSH (Thyroid Stimulating Hormone).
De schildklier maakt hierop heel veel T4 en 20% van de benodigde voorraad T3 aan.
T4 doet vooralsnog niets in het lichaam, het moet worden omgezet naar het werkzame hormoon T3.
Deze omzetting gebeurt in de lever. 80% van de benodigde T3 wordt in dit orgaan omgezet vanuit de T4 die aanwezig is.

Er moet worden gezorgd voor een optimale T4/T3 verhouding.
Omdat er voldoende T3 moet zijn in een lichaam, krijgen schildklierpatiënten meer T4 (levothyroxine, bv thyrax).
Want de omzetting in de lever moet ook zorgen voor de 20% T3 die de schildklier normaal zelf aanmaakt
(en mogelijk bij schildklierpatiënten al niet meer het geval kan zijn).
----Verder zorgt het lichaam voor de afbraak van een teveel aan T4, en dat heet “Reverse T3”.
Dat heeft verder geen betekenis meer voor het lichaam.
----Alle weefsels in het lichaam maken overigens zelf ook T3 uit T4, dus niet alleen de lever.
Een orgaan die dat niet doet werkt minder goed.

Storingen van de schildklier.
· Een hyperpatiënt maakt teveel hormoon aan; dit kun je opmerken aan de hand van een onderdrukte
-TSH aanmaak en een hoge FT4.
· Een hypopatiënt maakt te weinig hormoon aan; dit kun je opmerken aan de hand van een hoge TSH en lage FT4.
· In zeldzame gevallen is er sprake van hypothyrodism; dan is de hypofyse ziek en dit kenmerkt zich in een
-normale/lichtverhoogde of lage TSH met een lage FT4.

Voordat de ziekte zich echt openbaart in duidelijke bloedwaarden, sluimert er al wel iets, maar dat is aan de bloedwaarden
nog niet te zien. Sommigen kunnen dan al wel diverse klachten ervaren.
Gelukkig zijn de meetmethoden in de loop der jaren behoorlijk verbeterd.

Wat is een afwijkende TSH waarde?
Er zijn op dit moment (internationale) discussies bij welke TSH er sprake is van een afwijking.
Henneman stelt: een TSH boven de 2,5 is al verdacht. Een TSH boven de 3,5 is dat zeker.
Om een uitspraak te doen over de gezondheid moeten de FT4 en antistoffen bepaald worden en de klachten
geïnventariseerd worden.

T3 waarden.
Het verloop van T3 in je bloed schommelt heel erg en is van vele factoren afhankelijk, zelfs van het dieet dat je volgt.
Door het niet eten, en dat geldt al na een paar uur, daalt de T3.
-Door het eten van eiwitrijke voeding daalt de T3. Door het eten van koolhydraatrijke voeding stijgt de T3.
Jenny Pannekoek: Mijn eigen interpretatie van dit gegeven is dat je als schildklierpatiënt baat kunt hebben bij
een zo constant mogelijke gezonde voeding, om je T3 zo weinig mogelijk te laten schommelen.


Schildklier en zwangerschap.
Zonder schildklier is een zwangerschap niet mogelijk.
Dus moeten hormonen worden ingenomen voor een zo gezond mogelijke zwangerschap.
-De meest recente medische richtlijn sinds 6 maanden op dit gebied is:
· Zoveel mogelijk levothyroxine (bijvoorbeeld thyrax) gebruiken, omdat T4 in de hersenen van de foetus wordt omgezet in T3.
Aan T3 inname door de moeder zou de foetus niets hebben.
Jenny Pannekoek: De moeder mogelijk wel, als ze specifieke klachten heeft die goed reageren op T3 en ze erg veel last heeft.
· De FT4 zo hoog mogelijk, waarbij de TSH aan de ondergrens van de norm moet zijn. Dus lager dan 0,5 mag. Dit de gehele zwangerschap door, van begin tot eind.
· Aan het begin van de zwangerschap moet de T4 inname altijd al met 30% omhoog.
· Iedere 4 weken van de zwangerschap moeten de waarden van de patiënt gecontroleerd worden.
· Na de bevalling mag pas de medicatie worden teruggebracht, in één keer, tot de dosis die gold voor de zwangerschap.
Jenny Pannekoek: Let op; een postnatale depressie komt vaker voor bij schildklierpatiënten.

Schildklier en antistoffen.
Er zijn 3 soorten antistoffen die op de schildklier werken.
TSI, anti-TPO en anti-Tg. De TSI komen vaak voor bij hypers, de anti-TPO en anti-Tg bij hypo’s.
17% van alle vrouwen heeft antistoffen tegen TPO ten opzichte van 8,7% van de mannen.
Bij het stijgen van de leeftijd neemt de aanwezigheid van TPO antistoffen in de mensheid toe.
Bij een populatie van 80- jarigen heeft 30% van de vrouwen TPO antistoffen ten opzichte van 12% van de mannen.
-Met antistoffen tegen TPO is de kans 70 keer groter dat je de hypothyreoidie ontwikkelt ten opzichte van mensen zonder antistoffen.

Relatie tussen TSH en hart- en vaatziekten bij gezonde mensen (zonder schildklierhormoongebruik).
Onderzoek bij mensen zonder bekend schildklierprobleem laat zien dat zij met een wat hogere TSH langer leven dan
zij met een lagere TSH (TSH < 0,5). Dit geldt niet voor hen die een schildklierprobleem hebben en
daarvoor medicatie gebruiken. Dat is nog niet onderzocht.

Botontkalking.
Een onderdrukte TSH veroorzaakt door schildklierhormoon bij schildklierpatiënten, zorgt in het algemeen niet
voor botontkalking. Wel komt botontkalking vaker voor bij schildklierpatiënten als het TSH te laag is.
Houdt dus je calciumhuishouding in de gaten. Je kan onderzoek laten doen naar je botmassa bij de internist.

T4/T3 discussie.
Een onderzoek in Litouwen heeft eens aangetoond dat schildklierpatiënten baat hebben bij een
combinatietherapie van T4/T3. Helaas hebben vervolgonderzoeken zo’n conclusie nooit meer kunnen aantonen.
Het gerucht gaat dat een aantal van deze vervolgonderzoeken werden gefinancierd door de pharmaceutische industrie
die veel baat hebben bij de verkoop van levothyroxine (bv. thyrax).
Maar heel veel patiënten claimen zich beter te voelen bij een combinatietherapie.
Dat zou kunnen komen doordat de lever niet voldoende T4 naar T3 omzet, of doordat de patiënt nog steeds te weinig
T4 gebruikt, omdat ze hyperverschijnselen krijgt bij het nog meer gebruiken van T4.

Onderzoek door professor Henneman en professor Krenning.
Aan 20 patiënten werd 6 weken alleen T4 verstrekt. Daarna werd hen gedurende 6 weken cytomel verstrekt
(een klein beetje T4 eraf, met ¼ tablet cytomel erbij) en daarna werd hen gedurende 6 weken T4 met
time released T3 gegeven. De patiënten zelf wisten niet welk middel zij toegediend kregen.
Uit het onderzoek blijkt het volgende:

· Patiënten met alleen T4 hadden goede stabiele waarden van de T3 en T4. Alleen hun onderlinge verhouding week sterk af.
· De patiënten die cytomel kregen piekten met hun T3 waarden. Hun verhouding T3 en T4 was beter dan bij T4 alleen,
-maar nog niet ideaal.
· De patiënten met time released T3 hadden goede stabiele T3 en T4 waarden en ook de verhouding was beter,
-maar nog niet ideaal. Aanpassing in de toekomst van deT4/time releasedT3 hoeveelheden kan deze verhouding nog
-verbeteren. De conclusie was dat de natuur zo het best werd nagebootst.

Waarom is er dan nog steeds geen time released T3 op de markt? Omdat de farmaceutische industrie denkt
er niet genoeg aan te kunnen verdienen. De exacte reden weet waarschijnlijk alleen deze industrie.
Helaas is onderzoek erg duur en kunnen er geen investeerders worden gevonden voor onderzoek.
En dat terwijl er nog zoveel onderzocht moet worden.

Medicijnen die de hormoonwaarden van de schildklier beïnvloeden in het bloed.
Tot slot laat professor Henneman een lijst zien met alle medicijnen die invloed hebben op de
hormoonwaarden van de schildklier in het bloed. Hiermee moet je rekening houden bij het
interpreteren van je bloedwaarden. Als je met het medicijn stopt, heeft dat effect op je bloedwaarden.
Een voorbeeld: aspirine, bijvoorbeeld als bloedverdunner zoals veel schilklierpatiënten hem nemen,
verhoogt de FT4 in je bloed. Binnenkort zendt voorzitter Peter Lakwijk het overzicht rond van de
interactie van medicijnen, op de bloedwaarden (voor zover op dit moment bekend).

Website.
Professor Henneman heeft een internetsite www.mijnspecialist.nl.
Hierop schrijft hij regelmatig een column waarin bepaalde zaken aan de orde komen.
Je kan via deze site een vraag stellen aan een medisch panel, bijvoorbeeld voor een second opinion.