|
Schildklierhormonen en spieren
Siona Slob heeft als assistent in opleiding (aio) onderzoek gedaan naar de invloed van schildklierhormonen op spieren.
Slob kwam tot de conclusie dat niet alleen schildklierhormoon T3, zoals werd aangenomen, maar ook T4 een rol speelt bij spiervorming. Hoe meer kennis de wetenschap oplevert, hoe beter schildklierpatiënten met spierproblemen geholpen kunnen worden.
Mensen met schildklierproblemen hebben, naast hart- en gewichtsproblemen, vaak last van hun spieren.
Hoe dit komt is niet precies bekend, maar wel belangrijk om te weten.
Ruim vier jaar heb ik onder andere onderzoek gedaan naar het effect van schildklierhormonen op spieren.
Dit onderzoek heb ik gedaan als aio bij de Faculteit Diergeneeskunde in Utrecht.
Over de resultaten heb ik gerapporteerd in mijn proefschrift.
T3 en T4
Tijdens het onderzoek heb ik vooral gekeken naar wat er precies gebeurt wanneer spieren worden blootgesteld aan schildklierhormonen; oftewel het effect van twee schildklierhormonen; T3 en T4.
De schildklier is een soort fabriek die vooral het schildklierhormoon T4 (thyroxine) aanmaakt.
T4 komt het meest in het lichaam voor en de hoeveelheid in het bloed kan gemeten worden om schildklierafwijkingen
op te sporen. Lang werd gedacht dat T4 geen functie heeft, maar vooral de “grondstof” is voor het
aanmaken van T3 (triiodothyronine).
T4 wordt namelijk in de lever verwerkt tot T3. Het eindproduct.
T3 speelt een belangrijke rol bij de groei en ontwikkeling van onder andere hersenen, hart en dus ook spieren.
T3 veroorzaakt ook de effecten die bekend zijn bij mensen die hyperthyroid zijn (teveel schildklierhormoon hebben),
zoals onder meer het versnellen van de hartslag.
Steeds vaker blijkt echter dat T4 waarschijnlijk belangrijker is dan gedacht werd en dit blijkt ook uit mijn resultaten.
Eiwit; myogenine
Ik heb gekeken wat het effect is van zowel T3 als T4 op spieren en vooral op de vorming van spieren.
Om na te bootsen wat er met spieren gebeurt wanneer iemand teveel schildklierhormoon heeft,
kregen de spiercellen T3 of T4; daarna onderzocht ik wat er precies gebeurde.
T3 en T4 bleken allebei de vorming van spieren te versnellen.
Dit was onder andere te zien onder de microscoop, omdat er al na een dag of vier meer spieren gevormd waren
na behandeling met T3 en T4. Ook mat ik een eiwit: myogenine.
Dit eiwit is nodig voor het vormen van spieren uit losse spiercellen.
Zowel T3 als T4 zorgden ervoor dat de spiercellen meer myogenine gingen maken.
Het opvallende is, is dat T3 en T4 evenveel effect op de spiercellen hadden; beide schildklierhormonen zorgden voor
versnelling van spiervorming.
Daarom zou T4 wel eens een belangrijke rol kunnen spelen bij spiervorming en hoeft niet alleen T3 belangrijk te zijn.
Hoe T3 en T4 spiercellen aanzetten tot spiervorming
T3 en T4 zorgen dus voor meer spiervezels, maar hoe gebeurt dat? Welke andere hormonen of stofjes die de spieren aanmaken, spelen een rol? Wanneer precies bekend is hoe schildklierhormonen de spieren beïnvloeden,
kan beter gezocht worden naar een manier om in te grijpen als het mis gaat.
Daarom heb ik ook onderzocht hòe T3 en T4 de spieren stimuleren tot spiervorming.
Spieren zijn zelf een soort kleine fabriekjes, die allerlei stoffen kunnen aanmaken.
Spiercellen maken bijvoorbeeld een groeifactor die lijkt op insuline, bekend van suikerziekte.
Deze groeifactor, IGF, kan spiercellen aanzetten tot spiervorming. Daarom is onder andere ook gekeken of schildklierhormonen invloed hebben op IGF en
misschien zo de spiervorming versnellen.
Nadat de spiercellen weer een behandeling hadden gekregen met T3 of T4, is gemeten hoeveel IGF de losse spiercellen en de spieren maakten.
Zowel T3 als T4 hadden geen effect op de
hoeveelheid IGF in de spieren en spiercellen.
Ook keek ik naar een klein eiwitje dat een rol speelt
bij spiervorming. Dit eiwitje heet p21 en wordt ook
door de spieren gemaakt.
Na behandeling van T3 en T4 maakten de spiercellen meer p21. Waarschijnlijk zorgt dit eiwitje ervoor dat
de cellen sneller klaar zijn om te gaan samensmelten
tot spieren. Het grappige is dat T4 weer hetzelfde effect heeft als T3.
Als deel van het onderzoek zijn nog meer mogelijkheden bekeken en zijn we meer te weten gekomen over hoe schildklierhormonen spieren beïnvloeden.
Hopelijk leiden al deze kleine stukjes informatie over de werking van schildklierhormonen, tot een betere behandeling van schildklierpatiënten met spierproblemen.
Siona Slob
Samenvatting van de resultaten van de effecten van schildklierhormonen op spiervorming. Voor verdere uitleg, zie tekst.
+ : positief effect, ≠ : geen effect, ? : onbekend
|